Wakker worden met de vogeltjes op je balkon
Met Woodstock krijgt De Heemtuinen zijn derde en laatste woongebouw. Hoger, lichter en grotendeels opgetrokken uit hout. Architect Gjalt van Koten van KAW Architecten vertelt hoe dit gebouw past binnen het totaalplan, wat het zo bijzonder maakt, en hoe het ontwerp meebeweegt met de duurzaamheidsambities van vandaag.
RUIMTE VOOR VARIATIE
Wat Woodstock onderscheidt, is de diversiteit in woningtypes en plattegronden. “We wilden geen eenvormig woongebouw, maar een plek waar verschillende mensen zich thuis kunnen voelen. Daarom vind je hier alles: van een compact 2-kamerappartement tot een extra royaal appartement met vier slaapkamers. Door op elke verdieping dezelfde opbouw aan te houden, maar wel verschillende woningtypes toe te passen, ontstaat er rust in de gevel én flexibiliteit in het gebruik. Alle woningen zijn ruim opgezet, met een grote woonkamer, veel glas en doordachte zichtlijnen. Er is bewust gekozen voor een breed bouwblok, waardoor de woningen diepe plattegronden hebben met veel licht aan meerdere kanten. En de balkons zijn groot genoeg om echt buiten te zitten, met vanuit veel appartementen uitzicht op de Heemtuin.
HOUTBOUW MET AMBITIE
“In Woodstock is het casco grotendeels opgebouwd uit CLT: kruislaaghout. Toen we dit plan voor het eerst ontwierpen, werd energiezuinig bouwen al belangrijk gevonden. Maar nu – vijf jaar later – ligt de lat hoger. Paris Proof is de nieuwe standaard. We bouwen hier met hout, beperken de CO₂-uitstoot, gebruiken herbruikbare materialen en creëren een gezond binnenklimaat. Dat past bij de plek én bij hoe we vandaag de dag willen bouwen. Het hout blijft op sommige plekken in het interieur zichtbaar, zoals in het trappenhuis. Niet te nadrukkelijk, maar subtiel. Je mag voelen dat je in een gebouw van hout woont.”
STIKJALOERS IN HET GROEN
Wat Woodstock volgens Gjalt echt bijzonder maakt, is niet alleen het materiaalgebruik of de vormgeving. “Het is de combinatie van architectuur, landschap en woonkwaliteit. Je woont hier aan het park, in een gebouw dat niet gesloten voelt maar juist uitnodigend is. En doordat er verschillende soorten woningen zijn, trekt het ook een mix van bewoners aan: jong, ouder, alleen of samen. Die sociale diversiteit maakt het gebouw levendig, toekomstbestendig en gewoon heel fijn om in te wonen. En stel je toch voor dat je straks wakker wordt met fluitende vogeltjes op je balkon, dat is toch om stikjaloers op te zijn?”, besluit hij lachend.
EEN VANZELFSPREKEND SLUITSTUK
“Toen we De Heemtuinen ontwierpen, hadden we duidelijk voor ogen dat het één geheel moest worden, met drie eigenzinnige gebouwen die samen een parkachtige leefomgeving omarmen. Woodstock is het derde en laatste blok, het sluitstuk. En doordat het los staat van de andere twee, konden we het ontwerp alzijdig maken: vrij in het landschap, met zicht van alle kanten. Als een soort houten lampion in het park, herkenbaar, warm en uitnodigend.”
“Toen we De Heemtuinen ontwierpen, hadden we duidelijk voor ogen dat het één geheel moest worden, met drie eigenzinnige gebouwen die samen een parkachtige leefomgeving omarmen. Woodstock is het derde en laatste blok, het sluitstuk. En doordat het los staat van de andere twee, konden we het ontwerp alzijdig maken: vrij in het landschap, met zicht van alle kanten. Als een soort houten lampion in het park, herkenbaar, warm en uitnodigend.”
LEVENDIG AANZICHT
Anders dan gebouw De Klaproos (A) en De Boterbloem (B), die lager zijn en rondom binnentuinen zijn georganiseerd, is Woodstock duidelijk verticaal opgebouwd. “De woningen zijn opgetild boven een functionele plint met bergingen en parkeren. Daardoor krijgt het geheel een lichte uitstraling. Elk appartement heeft een fijne buitenruimte en we hebben gespeeld met verspringende gevels en balkons voor een levendig beeld. De houten gevelelementen geven het gebouw warmte en karakter. Zo voegen we iets moois toe aan het landschap, dat opgaat in de natuur en toch eigenheid heeft.”
Anders dan gebouw De Klaproos (A) en De Boterbloem (B), die lager zijn en rondom binnentuinen zijn georganiseerd, is Woodstock duidelijk verticaal opgebouwd. “De woningen zijn opgetild boven een functionele plint met bergingen en parkeren. Daardoor krijgt het geheel een lichte uitstraling. Elk appartement heeft een fijne buitenruimte en we hebben gespeeld met verspringende gevels en balkons voor een levendig beeld. De houten gevelelementen geven het gebouw warmte en karakter. Zo voegen we iets moois toe aan het landschap, dat opgaat in de natuur en toch eigenheid heeft.”
RUIMTE VOOR VARIATIE
Wat Woodstock onderscheidt, is de diversiteit in woningtypes en plattegronden. “We wilden geen eenvormig woongebouw, maar een plek waar verschillende mensen zich thuis kunnen voelen. Daarom vind je hier alles: van een compact 2-kamerappartement tot een extra royaal appartement met vier slaapkamers. Door op elke verdieping dezelfde opbouw aan te houden, maar wel verschillende woningtypes toe te passen, ontstaat er rust in de gevel én flexibiliteit in het gebruik. Alle woningen zijn ruim opgezet, met een grote woonkamer, veel glas en doordachte zichtlijnen. Er is bewust gekozen voor een breed bouwblok, waardoor de woningen diepe plattegronden hebben met veel licht aan meerdere kanten. En de balkons zijn groot genoeg om echt buiten te zitten, met vanuit veel appartementen uitzicht op de Heemtuin.
HOUTBOUW MET AMBITIE
“In Woodstock is het casco grotendeels opgebouwd uit CLT: kruislaaghout. Toen we dit plan voor het eerst ontwierpen, werd energiezuinig bouwen al belangrijk gevonden. Maar nu – vijf jaar later – ligt de lat hoger. Paris Proof is de nieuwe standaard. We bouwen hier met hout, beperken de CO₂-uitstoot, gebruiken herbruikbare materialen en creëren een gezond binnenklimaat. Dat past bij de plek én bij hoe we vandaag de dag willen bouwen. Het hout blijft op sommige plekken in het interieur zichtbaar, zoals in het trappenhuis. Niet te nadrukkelijk, maar subtiel. Je mag voelen dat je in een gebouw van hout woont.”
STIKJALOERS IN HET GROEN
Wat Woodstock volgens Gjalt echt bijzonder maakt, is niet alleen het materiaalgebruik of de vormgeving. “Het is de combinatie van architectuur, landschap en woonkwaliteit. Je woont hier aan het park, in een gebouw dat niet gesloten voelt maar juist uitnodigend is. En doordat er verschillende soorten woningen zijn, trekt het ook een mix van bewoners aan: jong, ouder, alleen of samen. Die sociale diversiteit maakt het gebouw levendig, toekomstbestendig en gewoon heel fijn om in te wonen. En stel je toch voor dat je straks wakker wordt met fluitende vogeltjes op je balkon, dat is toch om stikjaloers op te zijn?”, besluit hij lachend.